NLR onderzoekt rotorsysteem Indiase LUH-Helikopter

De eerste vlucht van de LUH, september 2016

Het NLR heeft Hindustan Aeronautics Limited (HAL) in India succesvol ondersteund door het uitvoeren van een review van het rotor systeem van de Light Utility Helicopter (LUH). Dit is het eerste succesvolle project tussen het NLR en India van deze omvang. De LUH is een door HAL volledig zelf ontwikkelde 3.5 ton helikopter welke inzetbaar is tot een vlieghoogte van 6.5 km en geschikt is voor het vervoeren van maximaal 6 personen, inclusief 2 vliegers.

Het project had een doorlooptijd van 10 maanden, opgedeeld in 3 perioden. In de eerste periode heeft HAL in samenspraak met het NLR alle benodigde documentatie aangeleverd, in de tweede periode heeft de review plaatsgevonden en in de laatste periode is het eindrapport met de NLR bevindingen opgesteld en aan HAL gepresenteerd. Tijdens de review zijn verschillende aspecten van het ontwerp van het rotorsysteem beoordeeld: aerodynamische analyse, dynamische analyse, sterkte analyse, het ontwerp van de composieten rotor bladen en het volledige ontwerp van het rotor systeem.

Vanwege deze verscheidenheid aan onderwerpen is er in het project intensief samengewerkt tussen verschillende afdelingen. Door de gezamenlijke inzet en goede samenwerking heeft het NLR getoond uitstekende kennis van zaken te hebben op vele werkterreinen en is het project succesvol afgerond binnen de geplande doorlooptijd.

Zowel het NLR als HAL blikken dan ook terug op een succesvolle samenwerking. HAL heeft aangegeven zeer tevreden te zijn met de expertise van het NLR en ziet dit project dan ook als het begin van een langdurige samenwerking met het NLR.

Innovatief ontwerpproces voor snellere en goedkopere ontwikkeling van groene vliegtuigen

Een van de grote uitdagingen in de luchtvaartsector is het luchtverkeer duurzamer maken. Dat betekent onder meer het ontwerpen van nieuwe vliegtuigconcepten die minder brandstof verbruiken en minder emissies uitstoten. Hoe kun je innovatieve vliegtuigen zo snel mogelijk en tegen zo laag mogelijk kosten ontwerpen? Binnen het Europese H2020 project AGILE (-Aircraft 3rd Generation MDO for Innovative Collaboration of Heterogeneous Teams of Experts) wordt gewerkt aan innovatieve en efficiënte ontwerpmethodieken die moeten leiden tot een reductie van de ontwerptijd met 40%. Onlangs bleek tijdens de mid-term review meeting van AGILE dat de voortgang van het project uitstekend is. AGILE is in 2015 gestart en eindigt in 2018. NLR is betrokken bij vier van de zes werkpakketen en werkt daarbij intensief samen met Fokker Aerostructures, KE-WORKS en de TUDelft.

Het ontwerpen van een vliegtuig is een complex proces waarbij verschillende deskundigen samenwerken aan één ontwerp, zoals specialisten in aerodynamica, structuur- en materiaalkunde en in voortstuwingstechnieken. De essentie is dat met ‘Collaborative Engineering’ multidisciplinaire kennis wordt samengebracht en toegankelijk gemaakt, met als doel het ontwerpproces te optimaliseren en daarmee te besparen op kosten en tijd. Onder de noemer ‘Knowledge Based Engineering’ wordt bestaande kennis steeds aangevuld met de nieuwste kennis. In dit proces spelen digitale informatie-uitwisseling en computersimulaties een grote rol. De bijdrage van NLR is onder meer gericht op het ontwikkelen van ontwerpmethodieken en het beheer van data en bijbehorende software, in aansluiting op NLR’s ‘collaborative engineering’ capability.

AGILE is onderdeel van het Europese Horizon 2020 programma, dat als doel heeft Europees onderzoek en innovatie te stimuleren. Het AGILE projectteam bestaat uit zestien partners uit Europa,  een uit Canada en twee uit Rusland, afkomstig van de industrie, onderzoeksinstituten en universiteiten. De samenstelling van het team weerspiegelt de heterogene structuur die karakteristiek is voor hedendaagse ontwerpteams in de vliegtuigindustrie. Het budget van AGILE is negen miljoen euro, waarvan zeven miljoen euro is toegekend door de Europese Commissie.

Politiek wil investeren in lucht- en ruimtevaart

VVD, D66, Groenlinks en CDA onderstrepen kansen voor economie en milieu  

Den Haag, 16 februari – Er liggen grote kansen voor de Nederlandse lucht- en ruimtevaart met positieve effecten voor werkgelegenheid, kennisontwikkeling en duurzaamheid als overheid en industrie meer samenwerken op het gebied van innovatie en internationale promotie. Dat is de voornaamste conclusie van het debat tussen Tweede Kamerleden en bedrijfsleven dat gisteravond plaatsvond in Den Haag.

De 4 aanwezige politieke partijen VVD, D66, CDA en GroenLinks waren het in het Haagse Dudok unaniem eens met de eerste stelling van het debat dat werd georganiseerd door de lucht- en ruimtevaartindustrie: Nederland moet investeren in ruimtevaart om op die manier zowel economische groei te stimuleren als ook maatschappelijke problemen op te lossen.

Bring in the Dutch!

Remco Dijkstra van de VVD onderstreept de grote economische waarde van de ruimtevaartsector: “Iedere investeringseuro in de ruimtevaart levert ons 5 of 6 euro op. De sector moet dus laten zien wat het in huis heeft. De overheid kan dan launching customer zijn en optreden als ambassadeur. Bring in The Dutch!”

Juist de grote rol die de ruimtevaart kan spelen bij het oplossen van grote milieuvraagstukken wordt door de aanwezige politieke partijen onderkend. Kees Verhoeven van D66: “Ruimtevaart heeft voor veel mensen ten onrechte een ‘verweg-gevoel’, terwijl de impact ervan juist heel dichtbij is.” Groenlinks kamerlid Suzanne Kröger vindt dat Nederland niet per se het beste jongetje van de klas hoeft te zijn, maar benadrukt de rol van de ruimtevaart bij het oplossen van internationale klimaatdoelen: “Het nut van satellietbeelden bij het bestrijden van bosbranden is een goed voorbeeld van het enorme belang van ruimtevaart.”  

Geen level playing field René van Doorn van Lucht- en Ruimtevaart Nederland benadrukt de ongelijke strijd met de omliggende landen waar de overheid een actieve stimulerende rol vervult: “Er is geen level playing field in Europa.” Van Doorn wijst op de enorme groeiverwachting van de sector en de grote impact op milieu en maatschappij: “Onze maakindustrie heeft een sterke internationale positie en kan bijdragen aan zowel economische groei als het vergroenen en verstillen van vliegtuigen.”

De industrie doet daarom een beroep op de overheid en politiek om zich in te zetten als ambassadeur om ook buiten Nederland de economische belangen van de lucht- en ruimtevaartsector te behartigen.

Kamerlid Remco Dijkstra: “De VVD wil dat overheid en bedrijven samenwerken. Als de bedrijven een mooie showcase maken, kan de overheid die veelbetekenende ambassadeur zijn.”

Sectorspecifieke innovatiekrediet De organisaties aan tafel – Aeronamic, Airborne, Airbus Defence & Space Netherlands, ISIS, NLR, TU Delft, en Vanderlande – geven aan dat de sector weliswaar hoge rendementen kan realiseren, maar tegelijk extreem lange terugverdientijden kent: “Het duurt vaak meer dan twintig jaar voordat een investering is terugverdiend. Dat is voor de meeste private partijen te lang. En daar is de inzet van de overheid nodig.”

De bedrijven willen overigens geen subsidie, maar wel een kredietmogelijkheid die aansluit op de lange terugverdientijden. CDA Kamerlid Martijn van Helvert ziet hier een duidelijke taak voor de overheid en D66 gelooft in de mogelijkheden van een revolving fund dat als oplossing wordt genoemd.

Vrije wetenschap! Ook de wetenschap speelt een belangrijke rol bij de toekomstige groei en betekenis van lucht- en ruimtevaart. D66 ziet investeren in wetenschappelijk onderzoek als klassieke overheidstaak. De overheid speelt daarbij een belangrijke rol en zou zich moeten richten op oplossingen op de grote maatschappelijke thema’s. De samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijven in gouden driehoeken is daarbij cruciaal. Kees Verhoeven: “Op dit cruciale terrein moeten we niet zeuren over rendement. Het gaat om vrije wetenschap!”

Samen kansen verzilveren Er liggen grote kansen voor groei van de Nederlandse lucht- en ruimtevaart; met positieve effecten voor werkgelegenheid, kennisontwikkeling en duurzaamheid.

Het is voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen in deze sector van groot belang de overheid als partner aan haar zijde te hebben.

Aad Veenman sluit het debat daarom hoopvol af: “Ik heb nog nooit zoveel begrip gezien tussen industrie en politici. Alle partijen willen innoveren en investeren. Dat revolving fund moet er dus gewoon komen. En als het woord ‘innovatie’ zo vaak wordt genoemd als vandaag dan geeft dat een mens moed!”